Verdieping – Geke van Vliet
Het is zaterdagochtend, we verzamelen op station Den Haag Centraal. M’n vader is er ook en m’n broer. Samen met vele anderen van Christian Climate Action. Sommigen hebben hun toga aan, er zijn protestborden met christelijke slogans voor klimaatrechtvaardigheid, zoals ‘Na ons geen zondvloed.’ We zingen wat liederen rond de piano en vieren met elkaar het heilig avondmaal. Daarna gaan we naar de A12, de weg op, om de overheid ervan te overtuigen te stoppen met investeringen in fossiele subsidies. De sfeer is gemoedelijk, gezellig, maar ook emotioneel.
Naastenliefde en geweldloos – niet alleen tussen mensen
Als we als doopsgezinden – of misschien als christenen in het algemeen – actieve geweldloosheid nastreven, dan is de klimaatcrisis bij uitstek een onderwerp waar we dit kunnen toepassen. Niet alleen proberen klimaatactivisten zoals ik door middel van geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid verandering af te dwingen. In ons dagelijks leven kunnen we ook proberen zoveel mogelijk geweldloos om te gaan met de schepping.
De Bijbel geeft genoeg aanleiding om op een vreedzame manier met de schepping om te gaan. Doopsgezinde theologie is echter vooral gestoeld op de relatie tussen God en mens. In het vroege doperdom werd het aardse koninkrijk over het hoofd gezien en lag de focus op Gods koninkrijk. Het aardse koninkrijk vormde slechts een horde op weg naar Jezus’ wederkomst. Toch was er een diepe relatie tussen deze vroege dopers en de natuur: velen van hen leefden van de agrarische sector en hadden dus veel kennis van het land. Hun leven op het land had echter weinig tot niets te maken met hun religieuze overtuiging. Inmiddels is een doopsgezind perspectief op de schepping wel degelijk mogelijk – en zelfs voor de hand liggend.
De Bijbel geeft verschillende aanleidingen voor zo’n theologie. Als doopsgezinden focussen we hierbij vooral op het navolgen van Jezus. Jezus zelf wordt ook wel omschreven als actief pacifist, als iemand met een geweldloze levenshouding. Bovendien legde Jezus in zijn leven de nadruk op omzien naar de verdrukten, de gemarginaliseerden van de samenleving. Vanuit het principe van pacifisme en de klimaatcrisis spits ik me hierbij toe op het bijbelse concept naastenliefde.
Naastenliefde lijkt in eerste instantie vooral gericht op de relatie tussen mensen. Toch is in naastenliefde ook ruimte voor een bredere kijk, minder antropocentrisch. Paus Franciscus, en met hem vele anderen, ziet de aarde ook als naaste. Naastenliefde betekent dan niet alleen het liefhebben van je medemens, maar ook de rest van Gods schepping. En zelfs als we naastenliefde alleen opvatten in de menselijke zin van het woord, dan zou dat nog steeds betekenen dat we liefdevoller met de schepping om moeten gaan. Immers, de klimaatcrisis vormt een grote bedreiging voor de mensheid. Willen we zorgdragen voor onze naasten, dan moeten we zorgdragen voor de schepping.
Ecofeministische theologen zoals Sally McFague schrijven dat dit vraagt om een andere kijk op relationele verhoudingen in de wereld. Het scheppingsverhaal in Genesis 1:28 zegt:
Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.
Lange tijd heeft dit gezorgd voor een hiërarchie onder Gods schepselen, ook onder mensen onderling. Slechts enkelen profiteren van deze hiërarchische indeling, maar velen lijden eronder. Volgens ecofeministische theologie is het belangrijk dat onze relatie met andere schepselen, met de natuur, gestoeld is op een respectvolle en gelijkwaardige omgang met elkaar. Het vraagt om een vorm van naastenliefde met alle schepselen, die allen uit hetzelfde geschapen zijn door God en één lichaam vormen.
Je naasten liefhebben zoals jezelf krijgt zo een nieuwe betekenis. Als alle schepselen onze naasten zijn, dan moeten we ze allemaal behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. Het vraagt om compassie voor de hele wereld. Dorothy Day, een Rooms-Katholieke activiste uit de vorige eeuw, schrijft over compassie: ‘het is een woord dat lijden betekent. Als we allemaal een beetje van de last dragen, zal die lichter worden.’ Naastenliefde mag soms een beetje oncomfortabel voelen, het mag moeite kosten en we moeten er onze comfortzone voor uit. Juist dan kan het leiden tot echte compassie, tot een betere wereld voor al onze naasten, tot een gezondere aarde.
Actief pacifisme in de klimaatcrisis – opstaan tegen onrecht
Het overvalt me elke keer als we bij elkaar komen voor een klimaatdemonstratie. Emoties als verdriet, woede, wanhoop, maar ook blijdschap en hoop dat we daar met elkaar zijn, dat ik er niet alleen voorsta. Ik voel me verbonden met de andere demonstranten, wetend dat zij hetzelfde voelen. Ik voel hoe zeer de klimaatcrisis me aangrijpt. Ik merk op die momenten dat onze tijd al lang en breed om is, en dat we toch tegen beter weten in proberen verandering teweeg te brengen.
Voor mij als doopsgezinde pacifist is het niet meer dan logisch dat ik hier, op de A12, mijn pacifisme actief tot uiting kan brengen. Het is een thema wat misschien nog niet veel uitgelicht is in doopsgezind Nederland: pacifisme en de klimaatcrisis. – Wat betekent pacifisme eigenlijk en wat heeft pacifisme te maken met het klimaat?
Pacifisme in de brede zin betekent dat men zich verzet tegen alle vormen van geweld. Door pacifisme te definiëren als verzet tegen oorlog en geweld, kan het niet anders dan dat je je uitspreekt. Immers, zolang je in situaties van geweld vasthoudt aan het redelijke midden draag je bij aan het voortduren van dat geweld. Het radicale midden negeert de ongelijkheid tussen diegenen die geweld gebruiken en diegenen die slachtoffer zijn van geweld. Als actieve pacifist moet je je uitspreken tegen geweld en kun je dus niet in het radicale midden vertoeven.
In Nederland wordt dit pacifisme maar weinig op de proef gesteld. Ja, we kunnen ons uitspreken tegen oorlogen her en der, of we kunnen opkomen tegen onrecht in ons eigen land, maar we hoeven ons niet te verhouden tot actieve oorlogsvoering of gewelddadige onderdrukking. Toch kunnen we ook in Nederland wel degelijk actief pacifist zijn, bijvoorbeeld als het aankomt op de schepping.
Op dit moment is onze omgang met de wereld vooral gewelddadig, zeker in ons deel van de wereld. Er vindt op grote schaal ontbossing plaats voor onze vleesconsumptie, we verslinden water voor nieuwe garderobes, en er worden mensen uitgebuit voor onze mobiele telefoons. Door menselijk toedoen sterven diersoorten uit en zinken hele landen. Kortom: op dit moment zijn we helemaal niet zo geweldloos bezig en is er van naastenliefde weinig sprake.
De klimaatcrisis hangt bovendien samen met onrechtvaardigheid op verschillende vlakken. Vrouwen die verantwoordelijk zijn voor de watervoorziening van hun gezin hebben het door de gevolgen van klimaatverandering zwaarder om hierin te voorzien; de United Church of Christ in de Verenigde Staten bracht al in 1987 aan het licht dat giftig afval systematisch gedumpt wordt in buurten waar vooral Afro-Amerikaanse en Latijns-Amerikaanse mensen wonen; veel westerse landen dumpen hun afval en overtollige kleding in landen in Afrika of Azië die daaronder te lijden hebben; en de Oegandese anglicaanse klimaatactiviste Vanessa Nakate ervoer hoe zij als enige zwarte klimaatactivist uit het globale Zuiden op het internationale toneel van een foto met verder witte activisten was geknipt.
Onlangs was er in Nederland ophef over Mennonites in Peru die meedoen aan de illegale bomenkap aldaar. Hoewel de ophef terecht is, was de zelfreflectie vanuit Nederland minimaal. In hoeverre draagt onze levensstijl in Nederland, bijvoorbeeld onze vleesconsumptie, bij aan die illegale bomenkap? Het concept naastenliefde gaat ook hier op: hoe kan onze levensstijl hier, in Nederland, bijdragen aan een goed leven voor mensen in Latijns-Amerika? Kunnen we zowel ons oordeel over de bomenkap uitspreken, als alternatieven bedenken waardoor die bomenkap überhaupt niet nodig is? We staan zo ver af van de natuur, dat we nauwelijks doorhebben wat de invloed van onze levensstijl is op de aarde.
Een geweldloze omgang met de natuur
Een geweldloze omgang met de natuur vraagt om bewustwording en om zelfreflectie, juist vanuit de liefde voor onze naasten. Een omgevingsgerichte geweldloze doopsgezinde ethiek helpt ons om vast te houden aan doopsgezinde principes als eenvoud en geweldloosheid. Die bewustwording kan resulteren in gedragsverandering in het klein of in het afdwingen van grotere veranderingen. Geweldloosheid in het klein betekent duurzaam bankieren, (af en toe) veganistisch eten, tweedehands kleding kopen. Geweldloosheid in het groot betekent: mee de A12 blokkeren, de ING tot de orde roepen, pensioenfondsen aanschrijven om uit fossiele investeringen te stappen of proberen de kerken en politiek te beïnvloeden. Dit alles vanuit het principe van pacifisme en naastenliefde, zoals ook Jezus de sociale en politieke structuren aanvocht.
De klimaatcrisis is een van de grootste kansen voor Nederlandse doopsgezinden om hun pacifisme in actie te brengen. Ik wil daarom een lans breken voor ecologisch pacifisme, oftewel om je radicaal uit te spreken tegen een gewelddadige omgang met de schepping. En om daarbij in actie te komen tegen de grote systemen die deze gewelddadige omgang in stand houden. Hoewel het overweldigend kan zijn om je constant bewust te moeten zijn van de samenhang van systemische onrechtvaardigheid, kan het ook bevrijdend zijn om te ontdekken dat je geloof op zoveel vlakken actief tot uiting kan komen. Geweldloos, radicaal, creatief: precies zoals Jezus het graag zou zien.
Wat mij betreft is dat niet extreem, maar noodzakelijk. Ook als je liever niet zelf de A12 opgaat, zijn er genoeg manieren om wel je support te laten blijken.
Hoe zou jij graag het verschil maken?
Wat is voor jou de belangrijkste motivatie om als gelovige bezig te zijn met het klimaat?
Lees verder:
- Katharine Hayhoe (2022), Hoop voor de aarde. Kokboekencentrum Non-Fictie.
- Trees van Montfoort (2019), Groene Theologie. Scandalon.
- Vanessa Nakate (2024), Klimaatcrisis kent geen grenzen. Uitgeverij Grondwerk.