Kernwaarde 2 van 8

Vieren & visualiseren van de gemeenschap: Het ‘Avondmaal’

Flora en de gesprekskring


Om het gesprek op gang te brengen lees ik een citaat voor uit ‘Aangeraakt door de Eeuwige’. Hierin geeft iemand aan dat het avondmaal voor hem “een gedachtenismaal is en een herbevestiging van de doop”. Het sluit aan bij de vraag waarmee Jasper begon.

Flora: Waarom vieren we avondmaal, wat betekent het voor je? 

T…: Het is een feestje, we vieren het dichtbij onszelf, bij elkaar. Vroeger was het stil, bij het avondmaal, dan ging de dominee de trap op naar de organist en zat iedereen heel stil te wachten. Nu is het ontspannen.

D…: Het avondmaal versterkt mijn geloof. Soms heb ik twijfels, maar als we samen vieren dan vind ik steun. En als we avondmaal vieren, klinkt het oude formulier van mijn jeugd in de gereformeerde kerk weer in mijn hoofd.

N…: Ik vind het niet zo belangrijk, ik word er geen ander mens van, het doet me niet zo veel. 

F…: Wat heeft Jezus gedaan? Daar ben ik mee bezig. Ik denk na over de weg die Hij ging. Dat Hij zo vaak heeft moeten uitleggen wat zijn boodschap is, maar de mensen snappen het niet. En dat Hij dan weer bad tot de Vader. Zijn weg was moeilijk en vast ook heel eenzaam. 

S…: In het begin toen ik net belijdenis had gedaan, moest ik van mezelf naar het avondmaal gaan, ook al vond ik het zwaar. Toen ik nog kind was trok mijn vader zijn trouwpak weer aan en mijn moeder een donkere jurk. Het was allemaal zo triest. Toen ik zelf lid werd, vond ik het mooi dat ik mee mocht doen, maar het bleef somber. Dat was een dubbel gevoel.  

De laatste jaren, nu het avondmaal wat moderner gevierd wordt, doet het me meer. 

Bijna vanzelf komen het brood en de wijn ter sprake…

F…: Ik vind dat het vaak lastig is uit te leggen dat brood en wijn symbolen zijn. Ze zijn niet Jezus, maar verwijzen naar Hem. 

Flora: Niemand vindt het fijn als er bij het uitdelen van het brood en de wijn wordt gezegd: ‘het lichaam van Christus’ en ‘het bloed van Christus’ of een andere formule. Toen ik begon als predikant vond ik het een lastige keuze, wat te zeggen bij het delen. Mijn oplossing was bij het delen iedereen bij de naam te noemen.  

T…: Ja, ik voel me dan gezien als mijn naam wordt genoemd bij het delen. Het past bij gemeente-zijn. 

Flora: Het avondmaal is heel open, er doen ook mensen mee die geen belijdenis hebben gedaan en die niet gedoopt zijn. Meestal komen deze mensen heel regelmatig in de viering.  

D…: Als kind ging ik wel mee met mijn ouders als er avondmaal was. Dan stonden er wel zes tafels met brood en wijn. Het was dan verschrikkelijk, want je moest zo lang wachten – en stil zijn. De kinderen waren er wel, maar mochten niet mee doen. 

S…: Als kind ging ik niet mee naar de kerk als er avondmaal was, kinderen gingen niet mee. Vroeger moest je eerst belijdenis doen. Nu is het gelukkig anders. De stap om belijdenis te doen en je te laten dopen is niet eenvoudig. Zelf heb ik die stap pas laat gezet. Er zit veel vast aan zo’n beslissing. Op dit moment vinden mensen het heel moeilijk om zich te binden. Dat maakt de stap om lid te worden helemaal lastig. 

N…: Ik heb een keer mijn kleindochter, toen al een volwassen vrouw, meegenomen naar een avondmaalsviering. En mijn kleindochter wilde het wel eens meemaken. Het was fijn dat ze welkom was. 

X…: We vieren dat we gemeente zijn, niet zomaar, maar gemeente in naam van Jezus.  

F…: Ik verdiep me in Jezus. Als er avondmaal is, voel ik me eenzaam in de gemeente. Juist dan als de gemeente wordt gevierd. Ik voel me niet verbonden, dat is altijd al zo geweest. 

F… maakt altijd een liturgisch bloemstuk voor de viering, “voor Jezus”, zegt zij. Ze heeft daar goed over nagedacht als ze het in elkaar zet. Toch voelt ze zich verlegen om erover te vertellen.