Kernwaarde 4 van 8

Leven te midden van het leven: ‘De schepping behouden’

Roos en Kees


Kees: ‘Al doende leert men van het leven.’ Dat leek me een goed punt om mee te beginnen.

Roos: Zoals het er hier nu staat, ‘leven te midden van het leven’, ‘behoud van de schepping’, dat is voor mij ook wel echt een actueel thema. Maar dan: klimaatverandering, natuur, boerenleven, water – daar kunnen we denk ik wel een maand over praten. Het is echt heel groot en ook heel complex. Boeren zitten ook echt in een complexe tijd momenteel en, nou ja, het debat wordt gekaapt door extremisten. Het stille midden zijn eigenlijk de mensen die het uiteindelijk moeten doen. Dus in die zin ben ik altijd in voor dialoog.

Kees: Ja, dus al doende leert men. Dat gaat voor iedereen op. Alles is altijd in ontwikkeling geweest, niet alleen de boeren, maar eigenlijk alle takken van industrie. Misschien hebben we dingen in het verleden te veel hun eigen gang laten gaan. En dus zijn we nu bezig om dat al doende te leren.

En toen dacht ik meteen: ja, dan hebben we het als doopsgezinden toch niet zo gek gedaan.

Roos: Wat bedoel je daarmee, dat we het als doopsgezinden zo verkeerd niet hebben gedaan?

Kees: We zijn bijvoorbeeld begonnen in 1690 met de Rijper Sociëteit. Nu bestaat die nog. Dat is toch ontstaan indertijd doordat er doopsgezinde ondernemers in de Zaanstreek waren die het geloof naar de Rijp en al die gebieden midden in het water wilden uitdragen. En die hebben met geld uit die molens de Rijper Sociëteit opgericht, om maar doopsgezinde predikanten te kunnen betalen.

Roos: Ja, ik heb die naam weleens langs horen komen. Ik denk wel dat een aantal dingen die ingebakken zitten in de doopsgezinde traditie heel erg kunnen helpen. Zoals een stukje soberheid en ‘doe maar een beetje rustig aan’, consuminderen hoort daarbij, ‘daden gaan woorden te boven’, persoonlijke verantwoording nemen voor dingen. Dat resoneert ook goed op dit hele thema.

Heb je het idee dat in jouw gemeente dat hele thema van klimaatverandering en verduurzaming speelt?

Kees: Ja, dat speelt heel erg! In de kerk wordt er nu infraroodverwarming opgehangen. Dan zijn we eigenlijk helemaal van het gas af. Dus we zijn er wel mee bezig.

Roos: In mijn gemeente merk ik nog niet zoveel van dit soort dingen.

Kees: Over het algemeen zijn we hier wat jonger. En de jongere mensen zijn er meer mee bezig.

Roos: In de Digitale Kapel bijvoorbeeld hoor ik ook veel mensen die ermee bezig zijn. Zelfs op dagelijkse basis soms, in hun persoonlijk leven, in de theologie. In mijn gemeente speelt dit toch minder. En dat heeft ook wel te maken met deze omgeving, met de cultuur van de kop van Noord-Holland.

Kees: Wij zijn ook meer stedelijk, dus dan leeft het meer.

Roos: En er is natuurlijk geen centrale dogmatiek bij de doopsgezinden. Dus wij hebben geen predikanten die er even de waarheid met een hoofdletter ‘W’ komen verkondigen. Dat heeft ook geen zin. Ook daarvoor geldt dat je denk ik hooguit in dialoog kan proberen te kijken of je ergens kunt komen.

Ik denk dat doopsgezinden wel vaak hun pacifistische houding gemeen hebben. Dat je als je heel erg partij kiest toch wel een beetje alleen komt te staan. Samenwerken en dialoog is denk ik de enige manier om hieruit te komen.

Ik vind de zorgen om de aarde en om het klimaat wel van een aard dat je daarover zou kunnen gaan schreeuwen. Maar dat gebeurt met zoveel agressie. Dat past niet bij mijn pacifistische drive. Ik kan dan vooral vanuit mezelf daar iets aan bijdragen of m’n zorgen over uitspreken.

Kees: Oh ja, wij zitten met onze kerk bij het Mennofonds als bank. Ook zo’n bewuste keuze. Dat is heel zuiver. Dat gaf verder geen discussie. Als de kerkenraad zegt: “Het is zuiver van geweten en dan wordt er geen oorlogsindustrie mee gefinancierd”, dan is er helemaal geen discussie over.

Roos: Ik weet niet of het per se een doperse blik is, maar de oerkracht die in de natuur zit, dat heeft voor mij heel erg met God te maken. En uiteindelijk zie je ook dat mensen ondanks ontkerkelijking nog wel het idee hebben dat ze in de natuur iets ervaren. En ik kom uit de stad, maar nu ik midden in de natuur woon ervaar ik dat ook veel intenser. Elk kalf dat geboren wordt is nog steeds fantastisch. Wonen op een boerderij betekent letterlijk wonen ‘te midden van het leven’. De koeien kennen we bij naam. Dat zijn onze huisdieren. Daar wordt met veel tijd en aandacht voor gezorgd. En er zit veel veerkracht in de wereld.

Kees: Ik ben altijd erg in de natuur opgevoed. Als kleine jongen moest ik al van mijn vader in de Oostzanerjol het veld in om naar de vogels en het riet te kijken. Dus ik kijk nog steeds altijd Vroege Vogels. Ik vind het mooi dat mensen op die manier toch de natuur leren zien.

Mensen die van de natuur houden zijn andere mensen dan de mensen die op de Dam staan te demonstreren tegen klimaatverandering.

Roos Er zijn onder die demonstranten op de Dam ook zeker veel mensen te vinden die van de natuur houden.

Ik heb zelf ook heel lang in Amsterdam gewoond. En mensen van buiten de stad denken altijd dat er niets aan groen is in de stad. Maar als je in de stad woont, dan zie je toch hoeveel parken er bijvoorbeeld zijn. Die parken zijn dan eigenlijk je tuin. Al vind ik het wel fijn dat ik nu, op de boerderij, heel dicht bij de natuur leef.

Kees: Ik heb het idee dat vandaag de dag iedereen altijd maar alles haat. Alles is strijd. En er wordt maar verwacht dat je heel erg actief bent naar buiten toe. Maar dan denk ik: begin nou eerst maar bij jezelf en in je eigen kring. Iedereen is bezig met verre landen, maar men kijkt niet naar problemen in de eigen straat. Misschien is dat ook een soort vluchtgedrag.

Roos: Ik ben dat wel met je eens, Kees. En het maakt mensen ook moedeloos, volgens mij. Mensen denken: het doet er allemaal niet meer toe wat ik doe. Maar dat is natuurlijk niet zo. Het is belangrijk om je af en toe te realiseren dat alles klein begint en dat elk mens een eigen bijdrage moet leveren. ‘Daden gaan woorden te boven’.

Ik vind het mooi aan naastenliefde, dat als iedereen iemand zou helpen, dat dan iedereen geholpen zou zijn. Dat is ook het hoopvolle eraan. Dat komt ook weer terug in de landbouw: korte ketens zijn eigenlijk beter. In plaats van allerlei vlees uit Brazilië te willen importeren, terwijl we dat prima hier zelf kunnen doen. Het is ingewikkeld, maar ik denk wel dat wat je lokaal kunt doen, dat je dat ook lokaal moet doen. In Frankrijk is men veel trotser op hun eigen geproduceerde melk bijvoorbeeld. En dan kun je ook weer proberen om niet afhankelijk te worden van landen die heel andere ideeën hebben over vrede en duurzaamheid.

Zorg voor de schepping betekent ook op Europees niveau bepalen dat we zo duurzaam mogelijk proberen te produceren.

Kees: We moeten ook onderling wat beter met elkaar omgaan.

Roos: Dat ben ik helemaal met Kees eens. Maar het helpt ook niet om in onze doperse bubbel te blijven zitten. Ik ben zelf bezig met verbindende theologie, die gaat over je bubbel heen. En dan zie je mensen die misschien wel dezelfde zorgen hebben als jij, maar daar geen bijbelteksten aan hangen, of misschien niet op zondagochtend de longen uit hun lijf zingen. En die mensen vind je ook dichtbij, die zitten niet alleen maar ver weg of in de stad. Uiteindelijk kunnen we deze problemen niet binnen onze doperse bubbel oplossen, dus dat moet ook wel in dialoog en samenwerking met anderen.

Kees: We moeten wel naar buiten toe, natuurlijk! Op een goede manier. Kortom, zelfs als je grotendeels op één lijn zit, is het zo eenvoudig nog niet. Naastenliefde, dichtbij of ver weg; in dialoog blijven met anderen, maar toch vooral ook dichtbij jezelf blijven; en, niet onbelangrijk: ‘daden gaan woorden te boven’, zolang ze maar pacifistisch zijn.