Kernwaarde 4 van 8

Leven te midden van het leven: ‘De schepping behouden’

Guusje en Geke


Geke: Als bodemwetenschapper ben je natuurlijk veel met de aarde bezig. Als theoloog die zich met de klimaatcrisis bezighoudt, ben ik ook veel met de aarde bezig, maar op een significant andere manier.

Guusje: Pas vroegen wij mensen bij het kinderwetenschapsfestival wat ze graag zouden willen weten over bodemdieren. Daar kwam toen de vraag voorbij: Waar is het ooit allemaal mee begonnen? Ik had nog nooit de bodem met de schepping geassocieerd, maar eigenlijk is het wel logisch: Als we het over de schepping hebben, gaat het vaak over de aarde. Aarde is letterlijk grond. In hoeverre zijn mensen daar dan mee bezig?

Geke: Ja, ik denk dat je daar een raak onderwerp aansnijdt, wat die kinderen zich dan afvragen. Ik denk dat soms ook, vanuit een soort naïeve manier van tegen dingen aankijken, want ik heb me daar uiteraard niet in verdiept. Maar dat die ‘schepping’, laat ik het zo even noemen, zo briljant in elkaar zit, dat ik denk: dat moet toch ergens vandaan komen.

Kom je dat soort dingen dan ook tegen als je met bodemdieren bezig bent?

Guusje: Ja, eigenlijk wel, want er zijn zoveel bodemdieren, we kennen echt maar iets van 10%. We zijn altijd bezig met dingen die we niet zien. En dan denk ik: hoe is dat mogelijk? En elke meter is weer totaal anders. Dan denk je wel: is het evolutie? Het is zodanig complex dat ik dat wat mysterieuzer vind dan een simpel ‘survival of the fittest’. Dat is misschien helemaal geen sluitende verklaring.

Geke: Ja, goed daar heb ik geen antwoord op. Maar evolutie is wel een onderwerp in ons geloof natuurlijk. En wat Gods rol daarin dan zou zijn. Evolutie en geloof staan niet haaks op elkaar bij de doopsgezinden. Al bestaat er natuurlijk discussie over de vorm van evolutie. In elk geval geloven we niet dat de aarde echt in zes dagen door God is geschapen, zo als de Bijbel zegt. Maar als je het dan hebt over ‘survival of the fittest’ bij evolutie zou dat ook een soort vrijbrief kunnen zijn voor ecologische destructie. En wij mensen blijken daarin misschien uiteindelijk de sterksten te zijn, maar maken wel de rest van de schepping kapot.

Dat vraagt ook iets van ons als geweldloze doopsgezinden. ‘Survival of the fittest’ past niet helemaal in dat plaatje. Dus de focus binnen evolutie ligt dan meer op hoe verschillende schepselen samenwerken of voor elkaar zorgen.

Guusje: Ja en waar begint het dan? Elke bodemwetenschapper denkt dat elk leven in de bodem begint, omdat dat het voedsel is voor alles. Maar ik denk dat als je een waterwetenschapper zou vragen, dan zal die zeggen dat het in het water begint. Maar ja, als ik nadenk over de ‘schepping’, zou ik toch zeggen dat het allemaal met aarde is begonnen?

Geke: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde.’ – Dat is de allereerste zin in de Hebreeuwse Bijbel (Gen 1:1).

Guusje: Ja, dan is het toch echt met lucht en aarde begonnen toch?

Geke: En daarna gaat het door met: ‘De aarde was woest en doods, duisternis lag over de oervloed, en over het water zweefde Gods geest ‘ (Gen 1:2).

Guusje: Ah, dus toch eerst het water.
Maar woest associeer ik met leven, niet met doods.

Geke: Ja, in het Hebreeuws staat er iets als ‘vormeloos’. Vormeloos en doods.
Dus God schept daar leven in.

Guusje: Ja, dus tot die tijd ging alles gewoon zijn gang.
Gaat het ook over bodemdieren?

Geke: Op dag 6 staat er: ‘God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt.’ (Gen 1:24)

Het eerste scheppingsverhaal in het boek Genesis – er zijn twee verschillende naast elkaar te vinden – is een soort gedicht, waarbij de dagen met elkaar corresponderen.

Dus op dag 1 scheidt God het licht van de duisternis en op dag 4 maakt God dan de zon, maan en sterren.

Op dag 2 scheidt God de hemel van het water en op dag 5 schiep God dan vogels en zeemonsters.

En dag 3 correspondeert met dag 6: God maakt de zee en aarde en planten voor op de aarde en op dag 6 schept God de levende wezens: vee, kruipende dieren, wilde dieren en ook mensen.

Daar zie je eigenlijk al die verwevenheid van de hele schepping. Daarom zijn er ook theologen die vinden dat we de wereld als Gods lichaam moeten zien, waarbij elk schepsel deel van God is. Dat kan ons namelijk aanmoedigen om ook voor het behoud van al die schepselen te werken, in plaats van ‘survival of the fittest’. Die verbondenheid van schepselen en afhankelijkheid van elkaar zou ons als mensen, specifiek als christenen, en niet alleen doopsgezinden, bescheiden moeten maken en tot een dienend leven moeten leiden.

Guusje: Ik heb het er ook weleens over dat bodemdieren niet zo sexy zijn. Mensen die gewoon met vogels bezig zijn, of vlinders, ja dan weet iedereen gelijk wat je bedoelt.
Terwijl, ik word er wel gewoon echt blij van om in mijn tuin bezig te zijn met levende dieren in de grond. Duizendpoten, miljoenpoten, springstaartjes. Maar het spreekt de meeste mensen niet aan.

Ik vraag me af, als ik aan de kerk denk, dan denk ik aan naastenliefde. Speelt dat dan ook een rol in de schepping?

Geke: Doopsgezinden richten zich erg op het ‘navolgen’ van het leven van Jezus. Als je op zoek gaat naar Jezus’ relatie met de natuur, zie je dat Jezus ook veel aandacht had voor de complexiteit en de natuur als voorbeeld neemt in zijn uitleg. In het matteüs-evangelie zegt Jezus bijvoorbeeld: “Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren; het is jullie hemelse Vader die ze voedt” (Mt 6:26).

Paus Franciscus, die is niet doopsgezind natuurlijk, maar die zegt wel: “als christenen moeten we zorgdragen voor de armen vanuit naastenliefde.” Dus misschien moeten we de aarde als ‘arme’ zien. En als we als doopsgezinden Jezus navolgen, dan is dat een logische stap. Jezus had constant aandacht voor de zwaksten, voor de verliezers, de mensen aan de rand van de maatschappij. Als we de aarde als arme zien, zouden we er in navolging van Jezus zorg voor moeten dragen.

Dan vallen jouw bodemdieren misschien wel onder de echte verliezers die wel wat meer aandacht mogen krijgen in de kerk.

Ook weer vanuit het thema van geweldloosheid is naastenliefde ten opzichte van de natuur een belangrijke pijler. Veel mensen denken bij geweldloosheid aan geen oorlog en dienstweigering, maar als doopsgezinden kunnen we ons ook geweldloos opstellen tegenover de natuur, bijvoorbeeld door bewust te consumeren of duurzaam te bankieren. Dat zijn praktische acties die we kunnen afleiden uit Jezus’ nadruk op geweldloosheid. Een geweldloze omgang met de schepping, de schepping waarvan God zegt dat die goed was.

Guusje: Ja, nou dat sluit echt volledig bij mij aan, ook met zorg voor de zwakkeren. Ik haal er echt inspiratie uit en dat helpt me om weer een beetje op het rechte pad te blijven, als ik zoiets hoor. Het zou ook leuk zijn om daarover dingen te leren bij een dienst misschien. Tenminste, ik zou het leuk vinden als ik een kerkdienst uitloop met een leuk feitje. Bijvoorbeeld dat je niet wist dat er zoveel leven in de bodem is. Dat onze werelden elkaar iets meer raken.

Pagina 1 van 4 Roos en Kees