Kernwaarde 3 van 8

Leven vrij van geweld: Opstaan voor rechtvaardigheid

Thirza en Andrés


Thirza: Voor mij is de relatie tussen geweldloosheid en vrede een belangrijke vraag. Stel dat je geweldloos probeert te zijn, maar je opvatting van vrede is ‘passief’ – je laat je niet in met geweld, of je probeert de zaken ‘te kalmeren’. Dan vind ik dat niet noodzakelijkerwijs geweldloos. Dus, wat is geweldloosheid als je actief naar vrede en gerechtigheid streeft? 

Andrés: Ik denk dat het ervan afhangt hoe we vrede definiëren. Je kunt vrede zien als de simpele afwezigheid van oorlog, zeg maar ‘negatieve vrede’. Maar je kunt vrede ook beschouwen als welzijn en rechtvaardige relaties met anderen en de natuur – een meer ‘positief’ begrip van vrede. Als je voor die benadering kiest, wordt geweld – met name ‘vrede verstorende’ acties – datgene dat het welzijn belemmert of relaties onrechtvaardig maakt. In onze wereld zijn veel menselijke relaties, instellingen en structuren gebaseerd op een dergelijke gewelddadige logica. Geweldloosheid verstoort zulke onrechtvaardige systemen en kan daardoor gezien worden als irritant of tegenstrijdig. – Jezus is een goed voorbeeld van hoe een systeem kan worden ontmaskerd door acties die de religieuze en politieke status quo uitdagen. 

Thirza: Sommige mensen zien bijvoorbeeld burgerlijke ongehoorzaamheid als gewelddadig. Maar ik denk dat burgerlijke ongehoorzaamheid een instrument van geweldloosheid is – mits je het geweldloos doet, natuurlijk. Het kan ons helpen om meer rechtvaardigheid te bewerkstelligen. Toch merk ik vaak dat mensen die burgerlijke ongehoorzaamheid meer zien als provocatie dan als geweldloosheid.  

Andrés: Inderdaad, het hangt ook hier af van de definitie van geweldloosheid die je hanteert. Je kunt het reduceren tot een kenmerk van je persoonlijkheid, je persoon: “ik ben geweldloos”. Maar voor je het weet wordt dat een statisch iets (je bent het of je bent het niet), en dat leidt er vaak toe dat we onze zelfkritiek verliezen. Daarnaast is er de tendens om geweldloosheid af te schilderen als een reeks acties: niet in het leger gaan, geen wapens dragen of geweldloos communiceren. 

Het begrip ‘getuigen’ biedt een nuttig alternatief om opvatting van geweldloosheid te verbreden. Het getuigen van Jezus’ weg van geweldloosheid, bijvoorbeeld, of van Gods vrede, kan gezien worden als een proces in plaats van als een persoonlijke eigenschap of een voorgeschreven handeling. Hierdoor komen we soms dicht in de buurt van een meer holistische visie op vrede of het belichamen van geweldloosheid, maar soms ook niet. Het houdt in dat we – idealiter samen met anderen – voortdurend in gesprek zijn over wat geweldloosheid is en hoe het kan worden uitgevoerd in een specifieke context of situatie.  

Thirza: Als ik je goed begrijp is het iets waar je als beweging samen naar streeft. Dat is misschien een meer bevrijdende manier om het te zien, omdat het dan meer een gemeenschapsding wordt dan alleen individueel. Voor mij is dat dus ook iets wat het overwegen waard is: hoe maken we er een gemeenschapsinspanning van?

Bovendien, hoe systemisch is geweld. Ik vraag me af welke systemen er nog steeds erg koloniaal, erg racistisch en erg gewelddadig zijn. 

Andrés: Ja. Als we nadenken over geweldloosheid moeten we ook nadenken over wat geweld is. Geweld is meer dan lichamelijkheid, een klap of stoot. Geweld kan juist ook structureel of cultureel zijn.  Het is ingebed in institutionele praktijken, maar ook in menselijk gedrag en in relaties. De laatste tijd is geweld tegenover de natuur op de voorgrond gekomen. Geweld gebeurt dus niet alleen tussen mensen, maar kan ook mens tegenover natuur, aarde, water zijn. We misbruiken en vernietigen. En als je de definitie van geweld verbreedt, moet je vervolgens ook de complexiteit van geweldloosheid verbreden.  

Thirza: Belangrijk punt inderdaad. Sommige witte mensen die oproepen tot geweldloosheid, of tot geweldloos leven, vergeten dat het heel koloniaal is om onderdrukte mensen voor te houden dat ze geweldloos moeten zijn.  De onderliggende structuren blijven bestaan. Misschien zouden we moeten vragen wat geweldloosheid betekent voor mensen die onderdrukt worden in hun specifieke context. En wat kunnen de mensen die niet onderdrukt worden zeggen over geweldloosheid? Ik denk voortdurend na over de situatie van Palestijnse en Israëlische. Maar ik vind het altijd interessant als mensen het Palestijnse geweld wel veroordelen, en vervolgens het Israëlische geweld niet. Dus ik denk dat het goed is om daarover na te denken. We moeten kritisch zijn op de machtsstructuren die achter onze narratieven over geweldloosheid zitten. 

Andrés: We hebben niet vanzelfsprekend hetzelfde uitgangspunt als we kiezen voor geweldloosheid. We zijn ondergedompeld in machtsrelaties en we ervaren geweld en onrecht anders op basis van wie we zijn en waar we zijn, en dus ervaren we geweldloosheid ook anders. En toch gaat geweldloosheid gepaard met een weloverwogen besluit: dat je besluit om op deze manier te werk te gaan. Het is niet iets wat je kunt opleggen. Het is ook niet iets dat je kunt uit- of overdragen. Het feit dat bepaalde demonstraties in de jaren 70 of 80 werkten of heel belangrijk waren, betekent niet dat marsen op dít moment de enige uiting van geweldloosheid zijn. In principe is geweldloosheid iets dat voortdurend opnieuw wordt onderhandeld en heroverwogen in elke ruimte. Daarbij speelt de locatie van mensen die willen getuigen van geweldloosheid een belangrijke rol.  

Maar ook in een context waar ogenschijnlijk vrede heerst is behoefte aan geweldloosheid. Zoals het ontmaskeren en aan de kaak stellen van hoe beslissingen die in zo’n ‘vreedzame’ context worden genomen negatief doorwerken in conflictgebieden of oorlogsgebieden. Daarnaast is het nodig om onrecht en geweld binnen die zogenaamd ‘vreedzame’ contexten onder de loep te nemen, openbaar te maken. De producten die we kopen, politieke leiders die we kiezen, de manier waarop onze kerken ‘vrede leven’, de manier waarop we onderwerpen als migratie, xenofobie, racisme of uitsluiting bespreken met onze buren, onze vrienden… dat is ook het belichamen van geweldloosheid. 

Thirza: Ik denk dat het geweldig zou zijn als we hier in Nederland over dat soort dingen nadenken: “Wat zijn de dingen waaraan ik dagelijks deelneem die gewelddadig zijn?”. Of het nu systemen zijn, of mijn kolonisatormentaliteit waar ik mij (nog) niet van bewust ben; of dat ik kleding koop van fast fashion-merken en me niet realiseer dat ik zo op verschillende manieren geweld pleeg tegen de wereld. Het is heel belangrijk om zowel over je eigen persoonlijke context na te denken als over de dingen die je doet die andere contexten en delen van de wereld beïnvloeden. Alles is tenslotte met elkaar verbonden.  

Andrés: Ja, we zijn met elkaar verbonden. Soms maak ik me zorgen dat we van geweldloosheid een soort ‘morele checklist’ maken: dingen die we moeten doen of vermijden, en op basis daarvan anderen beoordelen, of jezelf goed voelen. Dus of ik een eerlijke telefoon heb of dat ik naar ‘Eko Plaza’ ga om producten te kopen. Dat kun je allemaal doen, en dat is prima. Maar wat als ik dat allemaal doe en tegelijkertijd zwijg over de discriminatie van gekleurde mensen in dit land… 

Dat is wat ik mooi vind aan het idee van geweldloosheid als uiting van navolging of als een manier van leven. Het is een voortdurend proces. Het is iets waar je voortdurend (zelf-) kritisch over moet zijn, je grenzen moet testen, waar je grenzen liggen, en met anderen in gesprek moet gaan over wat de uitdagende aspecten zijn van het getuigen van geweldloosheid in onze context.  

Pagina 1 van 4 Eline en Henk