Kernwaarde 5 van 8

Loyaliteit vrij kiezen & eerlijk blijven: ‘Niet zweren’

Job, Aliza en Marius


Marius: Job en Aliza, heel leuk dat jullie hieraan meedoen. We willen het hebben over een doopsgezinde kernwaarde: het zweren. Of juist, eigenlijk, het niet-zweren. Vanaf het prille begin van de doperse beweging in de 16e eeuw is dit echt een belangrijk principe geweest voor veel dopers, menisten, doopsgezinden, enzovoorts. En de eed was, in elk geval in het begin, ook een belangrijk maatschappelijk instituut. Je moest bijvoorbeeld je gehoorzaamheid aan een koning zweren. Je vroeg dan aan God om je te bestraffen als je toch ongehoorzaam was. Wie zo’n eed dus niet af wilde leggen was gevaarlijk.  

Maar tegenwoordig? Ik weet het niet zo goed. In Nederland hoef je eigenlijk nooit meer te zweren, of tenminste kan je in plaats van iets te zweren, het gewoon beloven. Dus, deze kernwaarde kan eigenlijk weg, toch? Of zit er toch meer achter? Wat denken jullie?  

Job: Nou, weg, dat weet ik niet. Als ik het goed begrijp is de reden dat je niet meer hoeft te zweren, in de rechtszaal of als je in de tweede kamer komt, ook wel de doopsgezinde invloed geweest, omdat die doopsgezinden dat gewoon altijd vertikten tot er een alternatief kwam. Dus dat is wel mooi.  

Maar voor mij gaat het meer over de waarheid spreken: niet alleen het stukje zweren, maar dat je iemand zou moet kunnen vertrouwen op zijn of haar woord, en dat je daarom dus niet zou hoeven zweren. Omdat je in principe sowieso een betrouwbare stem wil zijn. Dus ik denk niet dat ik het zou schrappen; misschien zou ik het anders verwoorden. 

Aliza: Ik krijg bij zweren de indruk dat je de zaak buiten jezelf legt. In Amsterdam had ik altijd allemaal scholieren die dan iets zwoeren gezien of gedaan, of juist niet gedaan, te hebben. En ze zwoeren dan op God, of op hun moeder, of op iets of iemand anders. Het lijkt dan alsof je je verantwoordelijkheid op die persoon of op God afschuift. En ik zei dan altijd: je kunt het beloven – ik wil jou kunnen geloven. Ik wil jou in de ogen kunnen kijken. Ik denk dat dat belangrijk is, en dat heeft ook te maken met het doopsgezinde: “mijn ja is ja” Het gaat mij om het commitment dat je zelf aangaat. Misschien voelt dat voor anderen hetzelfde als zweren, maar in mijn gevoel is het dan persoonlijker. Het is misschien echter, of meer van waarde, dan een eed. Als ik iets beloof, moet ik het ook doen. 

Job: Je hoeft niet te zweren op de Bijbel of op God of zo, maar dat jij persoonlijk staat voor wat je zegt, dat is belangrijk.  

Aliza: Maar of je dan moet zeggen: doopsgezinden zweren niet – dat hoort natuurlijk wel bij de geschiedenis, en dat is ook belangrijk. Dat zou ik niet willen schrappen. Maar belangrijker is dat je een doopsgezinde, zou je kunnen zeggen, kan geloven op z’n woord.  

Job: Ja – je zou niet moeten hoeven zweren.  

Marius: Is de kernwaarde dan dus iets als authenticiteit? Dat je zelf instaat voor je woorden? 

Job: Het gaat om authenticiteit en integriteit. Betrouwbaarheid en eerlijkheid. 

Aliza: Ja, dat je op je woorden kunt geloven, dat is heel doopsgezind. Dat als je iets zegt, dat je het dan ook doet. 

Job: En dat betekent ook dat je de waarheid niet uit de weg gaat. Hoe moeilijk de waarheid ook kan zijn. Als het belangrijk is dat dingen gehoord worden, dat je daar ook eerlijk over kan zijn, en dat mensen jou daarin ook kunnen vertrouwen: dat je oprecht zult zijn tegenover je medemens.  

Marius: Dus ook: de ongemakkelijke waarheid ook durven uit te spreken? Dus als je vriend misschien soms een biertje te veel drinkt, dat ook wel durven zeggen? 

Aliza: Het hoeft niet belerend te zijn ofzo, van: jij doet het fout. Maar wel dat je van aangezicht tot aangezicht het gesprek kunt voeren.  

Job: Juist als gelijken. En dat het ook oké is als mensen dat met jou doen. Gelijkheid is voor mij een belangrijk dopers principe, en volgens mij staat dit daar ook mee in verband. Dat je als gelijken zonder te oordelen eerlijk en oprecht van gedachten kunt wisselen, ook als dat niet altijd makkelijk is.  

Marius: Waar merk je het eigenlijk aan of iemand oprecht is? 

Aliza: Aan zijn of haar handelen. Die scholieren die zwoeren vooral als ze aan het liegen waren. Maar goed, dat zijn kinderen. Maar het leek dan dus altijd een beetje of ze de verantwoordelijkheid afschoven. 

Job. Ja, alsof je zegt: alleen diegene, alleen God mag nu beoordelen of ik de waarheid spreek. Terwijl ik zou willen dat als ik de fout inga, dat mensen me dan aanspreken, niet dat God dat moet doen. 

Maar of iemand oprecht is – het klinkt heel idealistisch, maar ik vind het dus ook belangrijk mensen in elk geval in eerste instantie bij hun woord te nemen en te vertrouwen. Als iemand dan reden geeft daaraan te gaan twijfelen, dan wordt het misschien anders, maar ik geef in eerste instantie mensen het vertrouwen dat ik ook wil hebben. Natuurlijk niet als ik een sketchy mail krijg, maar als iemand tegenover me zit, wil ik er wel van uitgaan. 

Marius: Hoort dat hier ook bij? Zelf eerlijk zijn en ook vertrouwen geven? 

Job: Ja, het is er wel aan verbonden. Dat ik anderen als mijn gelijken zie, en als ik zelf probeer betrouwbaar en oprecht te zijn, dat ik er ook van uitga dat anderen ook betrouwbaar en oprecht terug zullen zijn. Ik zou ook niet snel om een belofte vragen, denk ik.  

Aliza: Nee. Ik probeer anderen ook niet te beoordelen op die manier. Het zijn vaak vooral heel grote dingen waarbij je echt zegt, ik beloof dit. Bij alledaagse dingen zeg je dat eigenlijk niet. Het is echt in de rechtbank, of bij intrede in de gemeenteraad, of bij je huwelijk. 

Marius: En bij een doop. 

Aliza: Ja. En dan ook de gemeente weer terug, dat is ook belangrijk. 

Job: Ja, beloven gaat echt twee kanten op: Ik beloof misschien iets, maar de anderen nemen die belofte aan, vertrouwen, nemen me bij mijn woord. 

Marius: We beloven vooral dingen waarbij je echt moet vertrouwen, volgens mij. Omdat je het niet kunt weten, of omdat je de toekomst niet kent. Je belooft omdat je het niet kunt bewijzen. Dus je wordt ook op je vertrouwen teruggeworpen. 

Aliza: Ik merk wel dat ik het kwetsender vind als iemand zich niet aan een belofte houdt als ze het echt met die woorden beloofd hadden. Bijvoorbeeld tussen een ouder en een kind: als mijn kind mij iets echt belooft, iets niet te doen of iets juist wel te doen, en het gebeurt niet, dan is mijn vertrouwen meer beschadigd dan als het alleen maar tussendoor afgesproken was. Zo voelt dat. Of als leerkracht met scholieren. Het voelt dan echt als een teleurstelling. Als je iets echt belooft maak je het zwaarder. 

Marius: Vroeger had zweren ook veel met loyaliteit te maken. Dus waar je echt bij hoort. Je zwoer iemand te volgen, onderdaan te zijn, te gehoorzamen. Christenen volgen al iemand, zeiden de doopsgezinden toen. Namelijk Jezus. Als we al bij Jezus als ‘Koning’ horen, kunnen we niet zweren ook nog bij een andere koning of natie te horen. Dus volgens mij heeft niet-zweren ook veel te maken met vrijheid. 

Aliza: Ja, ik denk dat het daar wel mee te maken heeft. Dat je zelf verantwoordelijk bent voor wat je zegt en wat je doet, en je niet kunt verschuilen achter iemand anders of achter een groep.  

Job: En trouw zweren aan een koning plaatst die koning hoger dan jezelf. Doopsgezinden zijn heel anti-hiërarchisch: niemand gaat mij vertellen wat ik moet doen. Dus daar past bij dat je niet trouw gaat zweren aan een koning, of aan een ander soort heerser, want iedereen is gelijk in de ogen van God. 

Marius: Waaraan zijn jullie loyaal? Is er ook een niet-hiërarchische loyaliteit? Waar horen jullie echt bij? 

Aliza: Ik hoor wel echt bij de doopsgezinde gemeente hier in Sneek. Ook al is het een klein clubje.  

Job: Ik heb datzelfde met Dopersduin. Maar het is voor mij breder. Ik zou eerder het woord trouw gebruiken: ik ben trouw aan de mensen om me heen, in verschillende clubjes, aan mijn naasten.  

Aliza: Toen ik in Amerika studeerde had iedereen van die armbandjes met What Would Jesus Do? erop. En dan moest je bij alles wat je deed je telkens afragen: Wat zou Jezus nu doen? Dat vind ik veel te heftig, maar waar ik voor sta is wel dat ik probeer naar zijn beeld te leven, voor zover mogelijk. En op die manier probeer met mensen om te gaan als mijn naasten.Ik denk dat dat een commitment is. Maar dat maakt het soms ook heel lastig als vrienden dingen doen waar ik moeite mee heb. 

Marius: Ik begon dit gesprek met de gedachte dat dit niet-zweren als kernwaarde wel weg kon, omdat het zich betrekt op een maatschappelijk instituut, de eed, dat eigenlijk niet meer zo actueel is. Maar van jullie krijg ik de indruk dat het eigenlijk om veel meer gaat, wat eigenlijk erg actueel is: om oprechtheid en vertrouwen, de waarheid niet uit de weg te gaan en op een gelijkwaardige manier trouw te zijn aan de mensen om je heen. Echte relaties te hebben. En daarmee is het ook iets dat eigenlijk erg dicht bij het dagelijks leven ligt, misschien nog wel dichterbij dan sommige andere kernwaarden. Het is echt iets dat iets uitmaakt in je meest persoonlijke en alledaagse relaties. 

Job: Ja. Als je puur denkt aan het eed zweren als instituut, ja, dat is iets heel afgebakends. En inderdaad is dat misschien niet heel relevant meer. Maar het gaat om veel meer dan dat éne momentje, het gaat om betrouwbaarheid in het algemeen. En dat sijpelt naar alle aspecten van je interacties met elkaar. 

Pagina 1 van 4 Marius en Mirko