Kernwaarde 6 van 8

Macht delen: een gemeenschap zonder hiërarchieën ‘Priesterschap van alle gelovigen’

Charlie en Hajo


Hajo: Ik ben van oorsprong niet Doopsgezind. Ik ben in 1998 gedoopt in de gemeente in Bussum, waar ik nog steeds lid ben. Het eerste waar ik eigenlijk inrolde was het bestuur van Dopersduin. Dat heb ik 12 jaar gedaan. Daarna werd ik onmiddellijk gestrikt voor onze kerkenraad. Niet lang daarna werd ik voorzitter van de ‘ring Midden-Nederland’ – een regioverband. Vandaaruit ben ik ook ledenraadslid. Verder ben ik op dit moment voorzitter van het ‘inloophuis’ in Almere. Ook ben ik lid van de zogenaamde ‘Commissie ter uitdeling’. Deze commissie bekijkt welke subsidieaanvraag van de gemeente bij welk fonds past. Dus je snapt; ik heb heel wat macht. Maar met macht ben ik eigenlijk helemaal niet bezig. Ik vind het juist belangrijk om iets bij te dragen en ervoor te zorgen dat je met zo’n groep dingen kunt gaan doen.  

Charlie: Ik ben van huis uit ook niet doopsgezind. Op mijn 13e liep ik het jongerenhuis ‘Sneel’ in Haarlem binnen en ik ben blijven hangen. Ik ben in 2018 gedoopt in Dopersduin. Toen wilde ik ook iets gaan bijdragen binnen de doopsgezinde geloofsgemeenschap. Binnen een gemeenschap heeft ieder zijn eigen rol en zijn eigen taak. Ieder heeft sterke punten en zwakke punten. Als iemand die goed kan organiseren iets gaat organiseren, dan is dat ook een vorm van macht. Terwijl; ik ben geen organisator, dus dat zou niks worden. Bestuurstaken liggen mij wel. Ik zit in de ledenraad namens de mensen die niet verbonden zijn aan een specifieke gemeente; mensen die gedoopt zijn in Dopersduin, jongeren betrokken bij ‘Menno’s Global Village’, of AKC. Ook vertegenwoordig ik de mensen die los geadministreerd zijn bij de ADS. Als het dan over macht gaat, vraag ik me wel eens af hoe vertegenwoordig ik deze groep? Dat is best lastig.  

Hajo: In de kerkenraad in Bussum hadden we het over; in hoeverre zijn wij het als bestuur, die bepalen wat er gebeurt en hoe kunnen we de gemeente daar meer eigenaar van maken. Onze valkuil is dat we dingen verzinnen en die vervolgens ook zelf uitvoeren en dan zijn we alleen maar bezig met regelen. We hebben de brief van Paulus aan de gemeente in Korinthe er laatst bijgepakt en ons gerealiseerd dat de gemeente bestaat uit al die ‘lichaamsdelen’; dat we iedereen nodig hebben. Komen al die lichaamsdelen door onze manier van besturen aan bod? Hoe kunnen wij mensen meer in hun kracht zetten?

Charlie: Is jouw ervaring met al die besturen waar je in hebt gezeten, dat je elkaar daarop aanspreekt op het moment dat je deze woorden uit het oog dreigt te verliezen? 

Hajo: Dat is soms best moeilijk. Helemaal als je als bestuur in een conflictsituatie terecht komt. Het is mooi om met consensus te werken, maar in geval van conflict is het goed dat duidelijk is wie uiteindelijk de zeggenschap heeft. Dat geldt ook voor het bestuur van de ADS (Algemene Doopsgezinde Sociëteit). De ledenraad kan wel een proces opstarten om het ADS-bestuur tot de orde te roepen. Je kunt als ledenraad in het uiterste geval wel een stuk macht naar je toe trekken. 

Charlie: Maar wat gebeurt er op het moment dat de ledenraad zich gaat misdragen? Zouden de gemeenten dat doorhebben? De ledenraad is toch eigenlijk ook vriendjespolitiek. Het is heel onduidelijk hoe je erin kan komen. 

Hajo: Ik denk uiteindelijk dat mensen vanuit de gemeenten dan wel aan de bel trekken. Ondergronds komt de autonomie van de gemeente toch bovendrijven. Net als kerkenraden die te ver afdrijven van hun gemeenten. 

Charlie: Is dat echt zo? Zijn doopsgezinden goed in het elkaar aanspreken? Sommige mensen zitten heel lang in een bestuur en volgen elkaar op van het ene bestuur naar het andere. Ik denk dat we de macht wel willen delen, maar uiteindelijk zijn het altijd dezelfde mensen die in bepaalde besturen zitten. Voor buitenstaanders die geen verbinding hebben met een lokale geloofsgemeenschap is het heel onduidelijk hoe je vertegenwoordigd wordt. Vanuit Dopersduin ben ik nu het enige ledenraadslid onder de 50. Wat schokkend is! Dan kan je zeggen; de jongeren zijn niet zichtbaar. Nee, de bestuursstructuren zijn zo georganiseerd dat jongere generaties daar niet in vertegenwoordigd worden.  

Hajo: Aan de andere kant al die 60-plussers die willen dolgraag jonge mensen hebben in hun bestuur. Maar de jongere generatie zit tot over hun oren in werk, gezin en ga zo maar door. Hoe je dat moet doorbreken? Ik weet het niet. Zo ontstaat er automatisch een machtsstructuur waarin een bepaalde generatie, veelal pensionado’s, bepalen hoe het gaat.  

Charlie: Ja, en die organiseren zaken dan op momenten dat het hun uitkomt. Ik weet bijvoorbeeld van het ADS-bestuur dat ze overdag vergaderen. Als werkende kan je dan dus niet aansluiten.   

Hajo: Maar zou daar niet beweging in kunnen komen? Ik kan mij voorstellen dat sommige bestuurders zeggen; ik vind het belangrijker dat er jongeren bijkomen dan dat ik per se overdag vergader. Mensen in mijn omgeving die in de besturen zitten doen dat naar mijn idee omdat ze een bijdrage willen leveren, niet omdat ze hun positie willen vasthouden.

Charlie: Het valt me ook op dat we op de ledenraad onderwerpen bespreken waarbij de betrokkenen niet zijn geraadpleegd. Hoe komen we eigenlijk tot de onderwerpen en de invulling? 

Hajo: De onderwerpen worden niet breed uitgevraagd en dat zou wel moeten. Nu bepalen we dat als ‘Ring -bestuur’ en die geven dat door aan hun ledenraadvertegenwoordiger. Dat maakt de ledenraad een potentieel machtig apparaat, want de controle vanuit de ring is klein. En het bestuur is toch wel gevoelig voor wat de ledenraad zegt, dus ja, daar zit wel macht en dat willen we eigenlijk niet. Maar dat zou je dus kunnen voorkomen door veel meer te communiceren met je achterban. 

Annegreet: Welke rol speelt je geloof bij je bestuurstaak? 

Charlie: Ik heb niet zozeer het gevoel dat ik door God groepen ben maar ik geloof wel dat je moet doen waar je goed in bent. In het Engels betekent macht; power en dat associeer ik met kracht. Ieder heeft een bepaalde kracht. Dit is mijn talent, mijn kracht. Het woord ‘macht’ heeft een negatieve lading alsof ik de baas ga spelen. Terwijl iedereen die binnen een bepaalde gemeenschap iets doet of niet doet: of je nu wel of niet in de kerkenraad gaat, of je nu wel of niet op zondag naar de kerk gaat. Dat is ook een vorm van macht uitoefenen, want daarmee bepaal je ook de toekomst. 

Hajo: Wat voor mij een hele belangrijke drijfveer is, zijn de waarden van de doopsgezinden. En de inspiratie die komt uit het feit dat we een wereldkerk zijn. Ik ben betrokken bij transmission – een project waarbij we filmpjes maken, waarmee we laten zien hoe doopsgezinden zich wereldwijd maatschappelijk bewegen. Hoe ze in Ethiopië omgegaan zijn met onderdrukking. Hoe in Indonesië de doopsgezinden de dialoog zoeken met de moslims. Vanuit hun geloof kennen ze een enorme drive om uit te dragen waar ze voor staan, dat vind ik mooi.

Charlie: Gelijkheid en pacifisme vind ik heel belangrijke waarden. Juist door een bijdrage te leveren aan onze gemeenschap hoop ik die waarden breder de wereld in te krijgen. Omdat we allemaal gelijk zijn, is het de kunst om de macht die we hebben in te zetten als kracht. Ook de voorganger is niet hoger of lager. Maar die heeft ervoor geleerd en die weet er gewoon meer vanaf.

Hajo: De voorganger is onderdeel van het hele ‘lichaam’ en die zet haar of zijn talent in net zoals anderen dat weer op een ander gebied doen. Als iemand goed is in lampjes indraaien en stopcontacten repareren is dat qua waarde net zo belangrijk. 

Charlie: Die doopsgezinde waarden zitten in mij. Dus dat komt naar voren op ledenraadsvergaderingen maar ook op mijn werk. Als we in de ledenraad een groot besluit moeten nemen zouden we wel bewust moeten reflecteren; hoe verhoudt dit tot de waarden waar we voor staan.  

Hajo: Ja en het is best moeilijk om die waarden op tafel te houden. Die waarden kunnen verwateren door het doenerige karakter van het bestuur.

Charlie: De ledenraad begint wel altijd met een moment van reflectie en een opening met een gebed toch?  

Hajo: Ja, er is een korte overweging. Daarna gaan we over op de agenda. Maar in de vergadering is er wel een sfeer van respect en goed luisteren naar elkaar.  

Charlie: Vraag je je wel eens af bij een vergadering: in hoeverre is dit besluit een teken van mijn geloof? Of is dit een doopsgezind besluit? Ga je dan bij jezelf te rade? 

Hajo: Dat is een lastige, laat ik zo zeggen. Toen we als bestuur van Dopersduin in een conflict terechtkwamen, heb ik me regelmatig afgevraagd: waar zijn we in godsnaam mee bezig? Wat moeten we nu doen? Als bestuur hebben we toen ook heel vaak het verwijt gekregen; ‘dit is niet doopsgezind’. Dat was heel lastig. Er komen dan ook veel emoties bij kijken. En omdat je met elkaar gemeenschap bent is het niet alleen een zakelijke relatie maar waren er in het bestuur ook mensen die vriendschap hadden met elkaar. Het was een hele klus om iedere keer met elkaar als bestuur op één lijn te komen. Het was heel hard werken maar we zijn als bestuur bij elkaar gebleven. Dat was een lichtpuntje in die verschrikkelijke lastige tijd. 

Charlie: Juist die verscheidenheid aan het woord laten is een belangrijke waarde, maar als je uit een conflict moet komen is dat ook wel lastig.  Hajo; We deden vaak gespreksrondes, waarbij we rondjes maakten waar ieder zich uit kon spreken. Dan maakten we een besluit en deden we weer een ronde. Daarna maakten we een eindbesluit. Net zolang totdat iedereen zich eraan kon committeren.