Bas, Marlies en Paulien
In de doopsgezinde gemeente Aalsmeer denkt een groep na over de toekomst van de gemeente, een zoektocht naar de eigen identiteit. Een aantal leden uit deze groep gaat met elkaar in gesprek. Bas Middelkoop (1969), meubelmaker/jachtbouwer, Marlies van Leeuwen-Visser (1953), gepensioneerd jongerenwerker en begeleider van mensen met een verstandelijke beperking) en Paulien Walch-de Vries (1959), secretaresse.
Bas: Als ik moet vertellen waarom we als gemeente al dat diaconale werk doen, dan is dat een beetje gissen. Het diaconale werk gebeurde al voordat ik bij de gemeente kwam. Het zal wel iets zijn van ‘dienstbaar aan de wereld zijn’.
Zelf ben ik actief bij de gemeente omdat het een fijne groep mensen is om iets voor te doen. En via de gemeente iets voor anderen te kunnen betekenen. Het voelt voor mij ook als zingevend. Ik denk dat dat mijn motivatie is.
Paulien: Zelf probeer ik altijd weer te vertellen aan mensen die ‘ons’ niet kennen wat we doen, waarom we dat doen en vooral waarom ik lid ben. Zoals Bas zegt: “je bent niet alleen op de wereld voor jezelf, maar zeker ook voor anderen en dan is het goed om samen op te trekken, met soms de Bijbel en vaak ook gewoon de motivatie om naar elkaar om te kijken, als basis”.
Bas: We zijn met 15 mensen vanuit de doopsgezinde kringen en vanuit de gemeente bezig om een toekomstvisie voor de doopsgezinde gemeente Aalsmeer te formuleren. Dat zijn leden, vrienden en jongeren in de leeftijd van 30-90 jaar, die zich betrokken voelen bij onze gemeente. Het zijn allemaal mensen die zichzelf hebben opgegeven om mee te denken.
We hebben zes hoofdthema’s. ‘Diaconie’ staat daar niet expliciet bij, maar past volgens mij in het thema ‘Onze rol in de samenleving’. Wat vinden jullie?
Marlies: De thema’s die we benoemd hebben, zijn in groepjes uitgewerkt: communicatie, jongeren, hoe gaan we om met oecumene? Wat is onze maatschappelijke rol? De functie van het gebouw in brede zin. En ook ‘Wat betekent het doopsgezind te zijn?’. Daar valt voor mij diaconie ook onder.
Bas: We hebben een maand geleden een enquête de gemeente ingestuurd om te kijken of we vanuit de gemeenteleden, vrienden en belangstellenden informatie kunnen krijgen, waarmee wij als commissie weer verder kunnen. Vorige week waren er al 160 ingevulde reacties binnen.
Marlies: Het waren vragen over deze zes thema’s en er was een open vraag over wat doopsgezind-zijn is voor jou. Ik lees even de samenvatting voor van de reacties op deze open vraag over lidmaatschap en identiteit:
Er is behoefte aan een heldere formulering van de identiteit en het doel van de doopsgezinde gemeente Aalsmeer (DGA). De diverse geloofsopvattingen binnen de gemeente – van conservatief tot humanistisch -– bemoeilijken een eenduidig beeld, een duidelijke uitleg op de website over wat DGA is en wat DGA biedt. Dat kan bijdragen aan betere beeldvorming en meer begrip bij potentiële leden. Ook transparantie over de toegevoegde waarde voor het lid enerzijds en anderzijds de kosten zijn belangrijk voor mensen die overwegen de overstap tot vriend of lid te maken.
Paulien: Wat me altijd weer opvalt is dat wij in ons dorp (nou ja, meer dan 30.000 inwoners, dus bijna een kleine stad) te boek staan als apart, een beetje vaag, eigenzinnig, en vredelievend. Ik kom oorspronkelijk niet uit de doopsgezinde gemeente (uit geen enkele kerk trouwens) en wellicht daardoor hoor ik wel eens dingen over ‘ons’ van mensen uit andere kerken of niet-kerkelijken. Altijd komt naar voren dat het bij ons warm is en dat men zich welkom voelt, maar niemand voelt zich geroepen om ‘over te stappen’ of eens langs te komen, behalve tijdens oecumenische diensten. De open avonden die regelmatig worden georganiseerd (bijv. ‘Zin-Inn’) worden vooral bezocht door leden en vrienden/belangstellenden en maar mondjesmaat door mensen ‘van buiten’.
Marlies: Er is een keer in de maand op zondagmiddag een inloop voor ouderen die niet zo goed weten hoe ze de zondag door moeten komen, daar is veel belangstelling voor. We hadden in november een herfstontmoeting waar 100 mensen aan deelnamen. Dat zijn bijna allemaal mensen die normaal niet in de kerk komen. Onze ouderenpastor doet dan een inhoudelijk woord en er is altijd een programma. De mensen komen steeds weer terug en nemen dan de buurvrouw of iemand anders mee. En binnen de gemeente hebben we een bezoekgroep die zich voornamelijk op de 80+’ers richt. Dat zijn 40 vrijwilligers die alle ouderen vier keer per jaar bezoeken. Ze organiseren ook ouderenmiddagen, -reisjes en dat soort dingen.
De ouderenpastor doet regelmatig uitvaarten, ook van niet-doopsgezinden.
Bas: Ja, maar we maken er niet speciaal reclame voor.
Marlies: Ik denk dat het meer van-mond-tot-mondreclame is of mensen hebben een uitvaart van een lid van ons meegemaakt en dat sprak hen aan.
Paulien: Wat betreft ‘interne’ diaconie hebben we ook nog de groep Zinvol Ouder Worden (ZOW) die meerdere keren per jaar een ochtend organiseert voor onze (oudere) leden, waarin steeds een thema wordt belicht met een lezing van een deskundige en vervolgens discussie/gesprek in groepjes. De ouderenpastor en een aantal vrijwilligers begeleiden die ochtenden. Deze bijeenkomsten worden erg goed bezocht, ze voldoen blijkbaar aan een behoefte.
Maar we doen toch ook veel aan hulp buiten de gemeente?
Marlies: Zeker! We hebben net een bazaar gehad en de helft van de opbrengst is voor doelen buiten onze gemeente, dichtbij en veraf. Onze groep ‘Tabitha’ zoekt altijd naar doelen buiten onze gemeente. We dragen voornamelijk financieel bij.
We hebben een project in Nederland in de veertigdagentijd en met advent steunen we een doel buiten Nederland, bootvluchtelingen bijvoorbeeld. Ook steunen we de voedselbanken in Nederland en we houden collectes in natura. De opbrengst wordt dan naar het Jeannette Noëlhuis in Amsterdam gebracht. Dat is een leefgemeenschap in Amsterdam-Zuidoost waar mensen die geen status hebben wonen met vrijwilligers; ze zijn totaal afhankelijk van hulp van buiten.
Paulien: De afgelopen tientallen jaren hebben we hulp aan vluchtelingen hoog in het vaandel gehad, vooral in de grote crisistijd van oorlogen in Bosnië, Irak, Iran etc. We deden dat in samenwerking met Stichting INLIA (Internationaal Netwerk van Lokale Initiatieven met Asielzoekers). Na een periode van stilte vangen we sinds twee jaar een Oekraïens gezin op, in samenwerking met de burgerlijke gemeente.
Bas: Ja, de samenwerking met de burgerlijke gemeente in de OSA (Stichting Ontwikkelingssamenwerking Aalsmeer) werkt goed. De OSA verdubbelt de opbrengst van onze diaconale projecten. En door die samenwerking krijgen we ook publiciteit in de krant over onze projecten.
Marlies: Wat dat betreft staan we zeer regelmatig In de krant, want bijna elk project dat we indienen wordt verdubbeld.
Bas: De projecten worden meestal door eigen leden aangedragen. Maar er wordt volgens mij ook wel eens van buiten aangeklopt, toch?
Marlies: Vaak worden de projecten aangedragen door mensen uit onze gemeente. Bijvoorbeeld projecten van Wereldwerk waar een aantal leden van onze gemeente actief bij betrokken zijn. Leo Bakker en zijn vrouw Jolande Amorison bezoeken namens Wereldwerk de laatste jaren projecten in Tanzania. Elk project wordt helemaal grondig bekeken, hoe de situatie is, of het financieel goed in elkaar zit, ook als het een aanvraag van buiten de gemeente is. Het liefst hebben we korte lijntjes. En er komt ook altijd iemand van het project iets vertellen in de kerkdienst. Dat hoort erbij, zodat we meer betrokken zijn.
Bas: We hebben als toekomstcommissie twee keer verslag uitgebracht aan de kerkenraad. En bij die tweede keer waren het vooral adviezen over onze communicatie, zowel intern als naar buiten toe, via de kranten. We wachten voor we verder gaan even af wat er verder uit de enquête komt, ook uit die open vragen over doopsgezind-zijn.
Marlies: Wat doopsgezind-zijn is, dat is wel iets wat de jongeren zich afvragen, waar ze zelf heel erg mee bezig zijn. Het is leuk, dat doopsgezind-zijn en ze voelen zich hier thuis, maar waar zeg je dan “ja” tegen, als je lid wordt? Ikzelf zit er helemaal in, maar dan moet je antwoord geven op de vraag “Waarom doen jullie de dingen zoals je doet?” En ja, we kunnen heel goed zeggen wat we niet geloven. Maar om te vertellen waarom wel … Voor mij is het allemaal heel vanzelfsprekend en dan vergeet je die dingen dan ook te zeggen. Dat we geen dogma’s hebben, dan ben ik heel blij om hoor, maar dat maakt het wel moeilijker.