Kernwaarde 1 van 8

Je eigen beslissing: Volwassenendoop & persoonlijke belijdenis

Verdieping – Fernando Enns

Doopsgezinden dopen, daarin verschillen ze niet van andere kerken. Het Griekse werkwoord baptizô betekent ‘onderdompelen, wassen’. Alle kerken verwijzen naar de getuigenissen van het Nieuwe Testament, waarin de doop op vele manieren genoemd wordt, vanaf het begin van de kerk (vooral in de Handelingen van de Apostelen). De woorden van de apostel Paulus in zijn brief aan de Efeziërs worden als een sleuteltekst beschouwd:

‘Ik … vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: wees altijd nederig, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.

Efeziërs 4:1-6

Deze tekst wijst op het behoren tot de ene God door het gemeenschappelijke geloof in de ene ‘Heer’ (Jezus Christus) en de verenigende doop. Door de Heilige Geest worden gelovigen/gedoopten samengevoegd in een gemeenschap van vrede die gekenmerkt wordt door nederigheid, zachtmoedigheid, geduld en liefde. Op deze manier drukken de gedoopten hun hoop uit dat een andere wereld (‘Koninkrijk van God’) werkelijk mogelijk is, een samenleven in gerechtigheid en vrede. Daarom worden mensen ook gedoopt in de naam van de drie-enige God (“Vader, Zoon, Heilige Geest”), of “in de naam van Jezus”.

Hoe worden mensen gedoopt?
In doopsgezinde gemeenten vindt de doop plaats in een kerkdienst: De verzamelde gemeente ontvangt de geloofsbelijdenis van de dopeling en zijn of haar wil om volgens de ethiek van Jezus te leven. In de regel heeft deze persoon van tevoren een of andere vorm van onderricht gekregen, of is hij/zij op zijn minst vertrouwd gemaakt met de inhoud van het christelijk geloof en de interpretatie ervan vanuit dopers perspectief. De persoon die gedoopt wordt, knielt neer, de voorganger of een aangewezen persoon giet water over zijn/haar hoofd, legt hem/haar de handen op ter zegening en spreekt een gebed uit, waarin gevraagd wordt om versterking door de Heilige Geest. De gedoopte wordt weer opgericht met een handdruk en de gemeente verklaart zich bereid het nieuwe lid als ‘zuster’ of ‘broeder’ te aanvaarden. Dit is voor iedereen altijd een herinnering aan de eigen doop.

Hieruit blijkt al dat doopsgezinden, in tegenstelling tot andere tradities, geen baby’s of kinderen dopen, maar alleen ‘volwassen’ mensen die zelfstandig hun geloof belijden en verklaren bereid te zijn ‘Jezus te volgen’ (het ethos van de Bergrede daadwerkelijk te leven.)

Wat zegt de Bijbel over de doop – volgens de opvatting van de dopers in de 16e eeuw?
In de begintijd van de kerk was alleen de volwassendoop gebruikelijk. De praktijk van de kinderdoop werd pas later toegevoegd en werd toen geleidelijk de norm. De dopers van de reformatie in de 16e eeuw – waaruit uiteindelijk de doopsgezinden voortkwamen – keerden terug naar de oorspronkelijke praktijk. Zij konden in de Bijbel geen overtuigende exegetische rechtvaardiging vinden voor de doop van alle pasgeborenen en zagen dit als een van de redenen waarom veel christenen hun geloof zo weinig geloofwaardig beleefden. Hun ideeën voor hervorming van de kerk omvatten daarom ook de (her)invoering van de doop voor ‘volwassen’ mensen.

Dit leidde 500 jaar geleden tot de eerste ‘gelovige doop’ in Zürich/Zwitserland: op 21 januari 1525 doopte Konrad Grebel de voormalige rooms katholieke priester Jörg Blaurock tijdens een bijeenkomst van aanhangers van deze hervormingsbeweging. Dit betekende echter ook de definitieve breuk met hun voormalige leermeester, Ulrich Zwingli. De andere hervormers (Luther, Calvijn, etc.) bestempelden de groeiende doperse beweging anabaptista (wederdopers). Dit betekende dat dopers zelfs de doodstraf kregen. Ze vreesden niet alleen het uiteenvallen van de kerk, maar ook van de ‘christelijke samenleving’ als geheel, waarvoor de christelijke doop vormend was.

De ondergrondse beweging leidde tot meerdere opvattingen van het begrip van de doop in de beweging, waarvan de ideeën zich – in verschillende vormen – over heel Europa verspreidden, inclusief in wat nu Nederland is. Ze wilden een gemeenschap van gelovigen zijn, naar het voorbeeld van de vroegchristelijke gemeenschappen. Voor hen waren de doop (en de avondmaal) niet langer ‘sacramenten’, maar uiterlijke tekenen van wat er innerlijk gebeurde (‘inwendige doop’): het vrijwillig aanvaarden van het door de Heilige Geest gegeven geloof en het vormen van gemeenschappen van ‘zusters en broeders’ waarin geen hiërarchieën meer mochten bestaan (‘priesterschap van alle gelovigen’). In de begintijd hield dit ook de bereidheid in om vervolging en verbanning (martelaarschap) te verdragen.

Wat betekent de doop?

a. Bevrijding van schuld, belijdenis van geloof – en bekrachtiging van een christelijke levenswijze
Volgens de geschriften van het Nieuwe Testament ligt het begin van de doop in de vergeving van alle schuld (‘zonden’). Deze ‘geloofservaring’ leidt tot een veranderde perceptie van de werkelijkheid: de mens wordt bevrijd van alle angst, hij wordt ‘vernieuwd’, in die zin dat hij nu erkent dat Gods liefde en genade hem geschonken worden zonder dat hij die op enigerlei wijze hoeft te verdienen. Dit heeft directe gevolgen voor de manier waarop men omgaat met medemensen, zelfs met ‘vijanden’ – en met de hele schepping: Gods liefde is voor iedereen, onvoorwaardelijk.

En deze geloofservaring motiveert mensen om zich te laten dopen: enerzijds om dit geloof openlijk te belijden, anderzijds om duidelijk te maken dat ze nu ook hun leven willen leiden volgens de ethiek van Jezus: anderen troosten, zachtmoedig, rechtvaardig, barmhartig, eerlijk, vredestichtend, geweldloos zijn, lijden en vervolging aanvaarden in plaats van anderen leed toe te brengen. Zo’n levenshouding (‘Jezus navolgen’) is niet mogelijk door eigen wilskracht, maar door Gods liefde die gegeven wordt in het geloof en effectief tot uitdrukking komt in de doop. – In deze zin wordt de rite niet ‘alleen’ geïnterpreteerd als een menselijke daad, maar ook als een helende en bekrachtigende actie van God jegens mensen.

b. Het inwijden in en het behoren tot een gemeenschap – niet als doel op zich
De doop is niet alleen een uitdrukking van een liefdesrelatie tussen God en mens, maar ook tussen mensen die door de doop tot een andersoortig gemeenschap behoren. Een betekenisvolle tekst is te vinden in de brief aan de Galaten:

“… want door dit geloof bent u allen kinderen van God, in Christus Jezus. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.”

Galaten 3:26-28

Door de doop behoren mensen niet alleen toe aan Christus, maar ook aan een gemeenschap waarin alle andere verbanden, zoals nationaliteit, sociale status of geslacht, hun splijtende karakter verliezen: een nieuwe eenheid van gelijken. Niet een gemeenschap waarin enkelen heersen over de anderen, maar waar allen elkaar in liefde en zorg tegemoet treden. De doop is de inwijding in deze gemeenschap, en betekent dus dat men ook de verantwoordelijkheid voor de gemeenschap op zich neemt.

Dit gebeurt in eerste instantie in de lokale gemeente, waar we samen bidden, zingen, weeklagen, de Bijbel interpreteren en elkaar steunen bij het vormgeven van ons leven. Door de doop worden we echter ook deel van een wereldwijde gemeenschap – de wereldwijde kerk, ondanks verschillende denominaties en verschillende interpretaties van de doop. Breuklijnen die worden veroorzaakt door bijvoorbeeld racisme, seksisme, patriarchaal denken/handelen, worden ook in deze wereldwijde context geheeld door Gods liefde. Natuurlijk is er diversiteit, maar die wordt gewaardeerd: zoals de verschillende leden van een lichaam, die elk verschillende functies vervullen en elkaar nodig hebben.

Maar deze gemeente/wereldomvattende kerk van gedoopten is geen doel op zich! Men wordt niet gedoopt om onder gelijkgezinden te blijven, maar de kerk wil ‘licht in de wereld’ zijn: Zij krijgt haar ware betekenis ook en juist door in de samenleving te werken door haar geweldloze inzet voor vrede, gerechtigheid en verzoening.

Lees meer:

  • Baptism and Incorporation into the Body of Christ, the Church. Lutheran-Mennonite-Roman Catholic Trilateral Conversations 2012–2017, https://mwc-cmm.org/en/resources/baptism-and-incorporation-body-christ-church [30.12.2024].
  • Fernando Enns & Jonathan Seiling, eds. (2015), Mennonites in Dialogue. Official Reports from International and National Ecumenical Encounters 1975-2012. Eugene/OR: Pickwick Publications.

Pagina 3 van 4 Over de doop