Jochem en Wieteke
Jochem Beumer/djmesjogge (2004), timmerman en hardcore dj (ouwe stijl) in gesprek met Wieteke van der Molen (1975), predikant-directeur van Dopersduin.
Jochem: Ik heb niks met de Bijbel, dat weet je. Ik geloof er niks van. Hoe kan het nou dat jij daarin gelooft? Geloof je dan ook alles?
Wieteke: Ik geloof niet in de Bijbel. Het ligt ingewikkelder dan dat. Voor mij is de bijbel een boek dat een schat aan menselijke ervaringen met God in zich draagt. Die teksten zijn duizenden jaren oud, geschreven voor een heel ander publiek. Maar het roept een wereld op die vóelt als de mijne. Een verhaal waar ikzelf deel van ben. De emoties zijn oeroud en herkenbaar, de levens, de lessen. En de Bijbel maakt zelf ook gebruik van dat principe, door verhalen terug in de tijd te plaatsen, of juist toekomstvisioenen te schetsen die je bij de strot grijpen en je door de ellende heen helpen.
Jochem: Zoals misschien een beetje bij de muziekstijl Soviet Wave? Muziek die nu gemaakt wordt, maar het voert je terug in de tijd van de Space Race en de Koude Oorlog. Je hoort de glorieuze toekomstverwachting, de ‘sky is the limit’ en tegelijkertijd ook de melancholie, de heimwee naar die tijd. Als je de achtergrond ervan weet hoor je dat allemaal terug in de muziek, word je erin meegenomen. Die muzikanten weten dat gevoel te vangen in klank en in ritme. Zo sterk, dat het die sfeer volkomen oproept en zelfs overdraagt aan mensen die toen nog niet eens leefden.
Wieteke: Alsof je de ervaringen van andere mensen ‘leent’ om van te leren, om iets mee te maken? Ja, voor mij heeft de Bijbel wel die extra laag. Ik heb goddank nooit geweld meegemaakt, maar alleen het boek ‘Klaagliederen’ al laat het bloed in mijn aderen stollen. Woorden kunnen je meevoeren, ver boven jezelf uit. Of diep in jezelf juist.
Jochem: Ja, maar dan moet je dat wel willen. Het kost moeite om goed te luisteren. Neem nou ‘early hardcore’, mijn stijl zeg maar. Dat is allemaal analoog opgenomen, vaak met goedkope apparatuur, het kraakt aan alle kanten. Muziek gemaakt door mensen die er vol in opgingen, die op zoek gingen naar nieuw geluid, die die sound echt opbouwden. Ze speelden met ritmes en dynamiek. Het ritme zelf is niet per se ingewikkeld, maar het zijn de kleine dingetjes die het interessant maken. Maar om dat te horen en echt te waarderen moet je onderzoek doen. Ik haal inspiratie uit oude nummers, speur oude labels na: hoe doet hij dit, wat doet dit geluidje in dit nummer… tot ik het helemaal doorgrond. Ik pluis het helemaal uit tot ik het begrijp en er dan mijn eigen muziek van kan maken. Ik onderzoek ook andere muziek, genres, artiesten.
Wieteke: Ha, dat doet me dus juist heel erg denken aan de Bijbel, en hoe ik daar mee omga. Graven, graven, graven. Door al die lagen van de tekst heen, verschillende talen, je verdiepen in de geschiedenis, de cultuur – voor zover we dat weten. Op zoek naar de betekenis, de bedoeling van de tekst zoals alleen jij hem kunt horen. En dat dan naar het nu brengen, in je eigen verhaal. Een preek bijvoorbeeld. Soms gebruik je maar één enkel inzicht uit een tekst, eenvoud! Maar toch hoor je dat voorwerk, dat onderzoek terug. Vind ik… Als het te gemakkelijk wordt, als de tekst je als een oude jas zit, heb je waarschijnlijk niet goed gelezen.
Jochem: Zoals de nieuwe ‘early hardcore’, denk ik. Die is me te glad, te oppervlakkig. Er zit geen weerstand in, niets verrassends. Het is tegenwoordig ook supermakkelijk om muziek te maken. Een beetje laptop heeft al een muziekprogramma waar je een aardig eind mee komt. Maar het raakt me niet, er mist iets. Een scherp randje, iets onverwachts. – Had ik niet gedacht, dat dat bij de Bijbel ook mee zou spelen.
Wieteke: Voor mij maakt dat het interessant. Dat er niet maar één verhaallijn of één boodschap in de Bijbel staat. Het is enorm gelaagd en divers. Dat maakt het ook uitdagend. Je moet er echt wel je best voor doen. Je onderzoekt om iets nieuws te ontdekken. Over de tekst, over God, over jezelf.
Jochem: Bij mij zit het diep, ik ben er elke dag mee bezig. Ik haal er voldoening uit, onderzoek, oude labels, alle nummers luisteren: wat is er nog meer te ontdekken, wat kan ik ermee? Het maakt mij wel een beter mens, ja. Denk ik.
Wieteke: Maar is dit niet wat inspiratie is? Zo gegrepen zijn door iets dat je ieder vrij moment verder zoekt, de diepte in, wat kun je nog meer leren? Het lokt, het lonkt, het maakt je nieuwsgierig. Je wilt meer, meer. Dat heeft toch ongelofelijk veel raakvlakken met kerk en inspiratie en met hoe ik in het leven sta… dat er iets is dat je triggert, dat je draagt.
Jochem: Is dit niet ook wat God en kerk en mensen voor jou zijn? Het stuk waar je het diepst bij jezelf komt. Kan het niet zo zijn dat mijn muziek en dat wat jou inspireert, die Bijbel, dat dat zo veel overeenkomt omdat het allebei een vorm van kunst is? De interpretatie ervan?
Wieteke: Ja. Muziek en woorden. Als ze boven het gemiddelde uitstijgen raakt het je ziel. Het transformeert je. Zo dat zelfs dagelijkse handelingen je boven jezelf uit kunnen tillen. Woorden en muziek kunnen opzwepen, wakker schudden, een wereld scheppen. Het kan zó meeslepend zijn. Wat wij doen ligt heel dicht bij elkaar misschien.
Jochem: Inspiratie is persoonlijk. Het hangt met jou als persoon samen. Je kunt het alleen doorgeven als je iets van jezelf doorgeeft. Als je ziet aan de dj dat hij reageert op de zaal, dat hij het tof vindt om te doen. Iemand kan de beste nummers van de wereld draaien, maar als hij eruitziet of hij gewoon zijn werk staat te doen vind ik er geen zak aan. Het lijkt me mooier om op een feest voor driehonderd man te draaien, mensen die het net zo mooi vinden als ik, dan op een plek als Thunderdome. Daar is de massa leidend, heeft zijn eigen dynamiek. Op een klein feest moet je overtuigen. Dat zijn liefhebbers, die moet je binnenhalen. En je moet er stáán. Inspirerend!
Wieteke: Dat herken ik. Als een preek alleen maar goed in elkaar zit denk ik hoogstens: knap hoor. Maar je moet de verbinding met de mensen aan willen gaan. Je moet bereid zijn nat te gaan, kwetsbaar te zijn. Je moet er helemaal staan. Mijn ervaring is: een volle zaal is makkelijker mee te krijgen dan vijf mensen. Vijf mensen denken voor zichzelf. Een volle zaal beweegt met jou mee. Ik leer van mensen die vragen stellen, kritisch zijn, die tegen me ingaan en me wakker houden. Ik wil die paar mensen die echt, echt de diepte in willen gaan.